Stichting Save Ruby's Life ~ Triodos Bank NL06 TRIO 0338630228 ~ KvK 68842376 info@saverubyslife.nl

Co-infecties

Lyme is maar zelden Lyme alleen. Behalve de Borrelia bacterie injecteert een teek tegelijkertijd ook veel andere ziektemakers in het lichaam. Deze worden co-infecties genoemd. Specialisten spreken daarom liever van ‘Tekenbeetziekte’. Regelmatig voorkomende co-infecties zijn: Bartonella, Babesia, Ehrlichia, Ricketsia, Chlamydia Pneumonia, Q-koorts en FSME. Met uitzondering van FSME test Ruby positief op alle co-infecties en heeft ze in wisselende mate en samenstelling last van alle onderstaande symptomen.

Bartonella of kattenkrabziekte is een infectie met Bartonella henselae die wordt overgebracht door de beet of een krab van een met B. henselae geïnfecteerde kat of door teken die eerder op een kat gezeten hebben. Volgens een onderzoek van het RIVM zijn 56% van de katten in Nederland geïnfecteerd met Bartonella henselae. Ook andere dieren zoals konijnen, bisamratten, verschillende muizensoorten, honden, runderen, vleesrunderen, melkkoeien en reeën zijn dragers van deze bacterie en kunnen dit bij contact overdragen op de mens. Bartonella is een intracellulaire bacterie (hij verstopt zich in de rode bloedlichamen) die net als Borrelia allerlei mechanismen heeft om de afweer te omzeilen en manipuleren. Symptomen zijn koorts, rillingen, opgezwollen pijnlijke lymfeklieren, hoofdpijn, pijn aan het scheenbeen, gewichtsverlies, keelpijn en huiduitslag. Specifiek vermelde klacht is pijn onder de voetzolen. Ernstige symptomen zijn encefalitis (ontsteking in de hersenen) met als gevolg zeer zware hoofdpijn, dementie, beroerte, coma, ontsteking van het hart waar in het bijzonder de aortaklep getroffen wordt, buikpijn, letsel aan botten en gezichtsverlies. Een Bartonella infectie kan ook emotionele symptomen geven zoals, suïcidale gevoelens, paniek, depressie, agitatie, woede en angst.

Omdat de symptomen erg lijken op die van chronische ziekte van Lyme worden de twee vaak met elkaar verward. Dit komt mede doordat een infectie met B.henselae bijna niet op te sporen is met reguliere testen waarbij alleen naar een actieve infectie wordt gezocht, net als bij de Borrelia bacterie.

Behandeling
Een B. henselae infectie geneest meestal vanzelf. De bacterie is ongevoelig voor de meeste antibiotica; voor Rifampicine en Co-trimoxazol lijkt de bacterie wél gevoelig te zijn. De aandoening kan echter ook chronisch worden in het bijzonder bij mensen met een verzwakt immuunsysteem. De infectie kan ook herleven, wat kan gebeuren na bijvoorbeeld een onvoldoende lange antibioticakuur voor een andere infectie. Het is goed mogelijk dat voor de lymepatiënt de combinatie van deze infecties verslechterend werkt. Helaas is er nauwelijks onderzoek verricht naar het verloop van een B.henselae infectie in lymepatiënten.

Duidelijke besmetting met de kattenkrabziekte: ‘lineaire rashes’ die op meerdere plaatsen op het lichaam kunnen voorkomen

Babesiose Babesiosen zijn ziektes veroorzaakt door Babesiae, ééncellige micro-organismen zogenaamde protozoae, die leven als parasieten. Zij infiltreren in de rode bloedcel of erytrocyt, vermenigvuldigen zich en vernietigen deze vervolgens. Erytrocyten zijn cellen die verantwoordelijk zijn voor het zuurstof- en koolstofdioxidetransport tussen de longen en de andere weefsels in het lichaam. De ziekteverschijnselen van een Babesia infectie zijn erger bij miltloze personen en bij mensen met een afweerstoornis en heftiger bij patiënten met een Borrelia co-infectie. Het sterftecijfer in Europa ligt op 42% en in de U.S. op ongeveer 5%. Er is een breed spectrum aan klachten gerelateerd aan het gehalte aan parasieten in het bloed, die door vermenigvuldiging in de erytrocyten deze vernietigen. De incubatieperiode is 1 tot 6 weken. In het ergste geval komt een malaria-achtige ziekte tot uiting. Symptomen zijn hoge koorts, koude rillingen, spierpijnen, bloedarmoede, bloed in de urine, nachtelijk zweten en gewichtsverlies. Leververgroting en miltzwelling komen eveneens voor. Overdracht vindt plaats door een tekenbeet of bloedtransfusie. Babesia maakt Lyme heftiger en pijnlijker, vooral in het hoofd.

Behandeling
Babesiose kan worden behandelt met antibiotica. Het meest gebruikt wordt een combinatie van clindamycin met kinine. In ernstige gevallen kan een transfusie plaats vinden, waarbij de erytrocyten uitgewisseld worden.

Ehrlichia of Anaplasma is een infectie veroorzaakt door de kleine Ehrlichia bacteriën, die niet de rode maar de witte bloedcellen binnendringen. Reeën zijn dragers van de Ehrlichia species evenals muizen en bosratten. Mens op mens besmetting kan uitsluitend plaats vinden via bloedtransfusie of via verticale transmissie. Ze komen alléén of als koloniën ‘morulae’ voor in circulerende monocyten of granulocyten. Verder worden ze aangetroffen in het beenmerg, de lymfklieren, milt en lever. Ze kunnen in deze organen ontstekingsreacties oproepen met leukopenie (verlaagd aantal leukocyten) en thrombocytopenie. De antistoffen worden aangemaakt in de tweede of derde week en kunnen lang (1-2 jaar) blijven bestaan. Diagnose is moeilijk en Ehrlichia wordt snel over het hoofd gezien. De ziekte kent veel symptomen waarvan de belangrijkste: koorts, koude rillingen, malaise, spierpijn, hoofdpijn, duizeligheid, braken, hoesten, verwardheid, huiduitslag, trombocytopenie, transaminaseverhoging, leukopenie, lymfopenie en anemie.

Behandeling
Ehrlichia is gevoelig voor de volgende antibiotica; doxycycline, ciprofloxacin, ofloxacin, trovafloxacin, rifampin en rifabutin. Deze kunnen na vaststelling van besmetting worden ingezet ter bestreiding van de bacterie.

Rickettsia, is ook wel bekend als luizenbeet ziekte. De overdracht is door luizen, vlooien, mijten, vliegen en teken. Rickettsiae zijn obligaat intracellulaire bacteriën dat wil zeggen, dat zij zich in de cel bevinden en het cytoplasma nodig hebben om te overleven. De incubatietijd is 5 tot 7 dagen en er ontstaat koorts, ontsteking van de lymfeklieren en een rode huiduitslag. Ook kan bloedarmoede voorkomen, evenals nierinsufficiëntie, longontsteking, leverontsteking en spierpijnen. Er bestaan drie groepen van Rickettsiae waarvan de ‘Spotted Fever Group’ of Tekenbeetkoorts voor lyme patiënten de enige relevante is. Ook Rocky Mountain Fever waar niet lang geleden een jong meisje aan stierf in de Verenigde Staten, behoort tot deze groep. De diagnose wordt gesteld op basis van de symptomen en de geschiedenis van een tekenbeet, aangevuld door onderzoek van bloedparameters en antistoffen tegen Rickettsia en eventueel het aantonen van Rickettsia-DNA met PCR.

Behandeling
Behandeling is meestal experimenteel met doxycycline of tetracycline. Ook de nieuwe macroliden zoals josamycin, azitromycin en claritromycin worden ingezet.

Chlamydia Pneumonia, niet te verwarren met de Chlamydia Trachomatis. Deze laatste is de seksueel overdraagbare aandoening. De overdracht gebeurt naast de tekenbeet ook door druppels in de lucht, welke van mens tot mens kunnen plaatsvinden. Normaal start het geheel met lichte keelpijn, heesheid, neusholte ontstekingen en atypische longontsteking. Maar er kunnen ook ernstigere klachten ontstaan zoals hersenontsteking, bronchitis, Myocarditis en Guillain-Barre. Wanneer het chronisch wordt kunnen ook gewrichts- en peesontstekingen ontstaan. De ziekte wordt tevens geassocieerd met het ontstaan van Alzheimer, Multiple Sclerose, het Chronisch Vermoeidheid Syndroom en prostaatklachten.

Q-koorts (Coxiella)
Q-koorts wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella Burnetii, die vooral onder zoogdieren zoals honden, katten en vogels voorkomt. Insecten zoals teken, luizen en vlooien kunnen gemakkelijk geïnfecteerd raken, maar er wordt aangenomen dat besmetting bij de mens met name via de luchtwegen gaat. Ogenschijnlijke gezonde dieren kunnen in grote hoeveelheden C. burnetii uitscheiden met de faeces, urine, melk, placenta en vruchtwater. Inhalatie van gecontamineerde stof afkomstig van stallen, weilanden, ruwe wol, huiden, kleding en dergelijke kan infectie veroorzaken. Besmetting via het maag-darm kanaal door het consumeren van rauwe melk of daaruit bereide producten (boter, kaas jonger dan 6 weken) of door het eten van onvoldoende verhit vlees is eveneens mogelijk. Ook teken zijn een bekende besmettingsbron. De symptomen zijn griepachtige verschijnselen met plotselinge hoge koorts en klachten als pijn in de borst, hartklachten, hevige hoofdpijn, koude rillingen, zweten, spierpijn, misselijkheid, braken en diarree. Sommige patiënten hebben ook aandoeningen aan de luchtwegen en een droge hoest. Ook gaat Q-koorts soms gepaard met bacteriële artritis. 30% van de patiënten met de chronische vorm heeft een verhoogde bloedbezinking en een verlaagde hartslag.

Behandeling
De behandeling van een acute besmetting gebeurt meestal met antibiotica gedurende 2 tot 3 weken. De optimale behandeling van chronische Q-koorts en Q-koorts endocarditis staat niet vast, maar bestaat in het algemeen uit tetracycline in combinatie met rifampicine of trimethoprim-sulfamethoxazole, voor de duur van minimaal 2 tot 3 jaar. Inenting ter voorkoming van besmetting is mogelijk. Q-koorts geneest vaak spontaan.

FSME
Frühsommer-Meningo-encephalitis of tick-borne encephalitisvirus (TBEV) is een virusinfectie die kan worden overgedragen door een tekenbeet. Het virus wordt direct na de beet overgebracht op de mens. Hierdoor kan een besmetting in geen van de gevallen meer worden voorkomen. Het virus kan bij mensen hersenvliesontsteking veroorzaken. Recent onderzoek van het RIVM (juni 2016) heeft uitgewezen dat het TBE-virus ook in Nederlandse teken is aangetroffen. Niet lang daarna werd melding gemaakt van de eerste patiënten met FSME in Nederland. Twee van de drie besmette mensen merken niets van de ziekte. Degenen die wel ziek worden hebben last van griepachtige verschijnselen, zoals koorts, misselijkheid en hoofdpijn. Deze klachten ontstaan één tot twee weken na de beet. De klachten houden 5 tot 10 dagen aan. In enkele gevallen kan de ziekte zeer ernstige vormen aannemen en wordt het centraal zenuwstelsel aangetast. Bij deze patiënten kan er een ontsteking van het hersenweefsel en hersenvliesontsteking ontstaan. Tot bijna de helft van deze mensen houdt blijvend letsel over aan deze ziekte.

Behandeling
Er is geen behandeling tegen FSME omdat het een virus is en antibiotica alleen tegen bacteriële infecties kan worden ingezet. Wel bestaat er een vaccin dat goed werkt. Omdat de kans dat je gebeten wordt door een met FSME besmette teek zeer klein is, is het maar de vraag of je je moet laten vaccineren. In vaccinaties zitten naast het vaccin ook veel andere giftige stoffen zoals zware metalen die het immuunsysteem verzwakken. En dat wil je juist zo sterk mogelijk houden!

Samenvattend
Uit diverse internationale studies blijkt dat teken besmet kunnen zijn met meerdere micro-organismen. De besmetting beperkt zich echter niet tot de hierboven beschreven co-infecties. Er zijn er nog meer. Wat opvalt is dat het allemaal infecties zijn die via diverse zoogdieren en gastdieren van de teek worden overgedragen op de mens. Klimaatverandering, grotere mobiliteit en outdoor activiteiten zijn factoren die niet alleen de kans op een tekeninfectie zullen vergroten. Ook het aantal infecties met andere dan Borrelia bacteriën zullen in de nabije toekomst waarschijnlijk toenemen.

In Nederland ontbreken grotendeels gegevens over besmetting met co-infecties. Daardoor mist het gros van de artsen de benodigde kennis. Er moet bij ernstig zieke (Lyme) patiënten en bij patiënten die niet reageren op de gebruikelijke medicatie, ook altijd naar co-infecties worden gezocht in de diagnose. Omdat de infecties zeer moeilijk zijn op te sporen of niet worden herkend door de reguliere testen en omdat het ziektebeeld bij ieder individu volstrekt verschillend kan verlopen, maakt dit behandeling en genezing zo verschrikkelijk moeilijk. Patiënten zijn meestal besmet met een cocktail aan infecties waardoor de symptomen zo divers zijn en diagnose zeer lastig te bepalen is. Een passende behandeling is daarom in eerste instantie altijd een enorme zoektocht en individueel bepaald.

Bron: Tekenbeetziekten, Borreliose

Rolien Scheepbouwer juli 2017